In deze periode zette UNICEF zich verder in op het gebied van de overleving van kinderen. Bovendien ondersteunden we een aanzienlijk aantal kinderen en gezinnen om uit de armoede te geraken. UNICEF focuste zich op het verbeteren van kansen op vlak van gezondheid en onderwijs en zorgde steeds meer voor de bescherming van kinderen tegen alles wat hun leven en ontwikkeling zou kunnen bedreigen. Het was in deze periode dat UNICEF echt "mondiaal" werd, door zijn activiteiten uit te breiden over de hele wereld. Sinds enkele jaren werden de activiteiten trouwens ook niet meer enkel beperkt tot noodsituaties of humanitaire crises. UNICEF gaat steeds meer inzetten op ontwikkelingsprogramma's op lange termijn, wat we nu duurzame ontwikkelingsprogramma's noemen.

Aan het eind van de jaren zestig dreigde een ernstige droogte hele gebieden in India leeg te laten lopen. Om de massale evacuatie van mensen uit de dorpen naar overvolle vluchtelingenkampen en gemeenschappen te voorkomen, werkte UNICEF in 1975 samen met de Indiase regering en de WHO en ontwikkelde de India Mark II waterpomp.

Deze manueel bediende pomp, waarmee ondiep grondwater kon worden opgepompt, was duurzaam genoeg om continu te worden gebruikt en eenvoudig genoeg om door één persoon te worden bediend. De India Mark II pomp is nog steeds de meest gebruikte manuele waterpomp ter wereld.

Met dit model als hoeksteen van de hele WASH-strategie (Water, Sanitatie en Hygiëne) en met de opgebouwde expertise in de watersector, bouwt UNICEF water- en sanitatieprogramma's uit in meer dan 90 landen. In minder dan tien jaar installeren we 71.000 waterputten met manueel bedienbare pompen. Naar schatting 18,7 miljoen mensen kregen daardoor toegang tot dit type watervoorziening op het platteland. Tegelijkertijd ontwikkelt UNICEF systemen voor watervoorziening met pijpleidingen, via bestaande bronnen uit, door regenwater op te vangen en waterzuiveringsinstallaties te installeren.

Voor UNICEF is het onderwijs van een kind een van de meest ambitieuze en heilzame investeringen die een samenleving kan doen. Het was in de jaren zestig - het Ontwikkelingsdecennium - dat wij onze interventies uitbreidden van gezondheid en voeding naar de intellectuele en psychosociale behoeften van kinderen.

UNICEF startte een ambitieus onderwijsprogramma dat begon met het opleiden van leraren en het uitrusten van klaslokalen in Afrikaanse landen die pas onafhankelijk waren geworden.

Honduras. In een klaslokaal van een lagere school steken leerlingen hun hand op om antwoord te geven op een vraag van hun lerares, Esperanza Moreno, over de kool die zij vasthoudt. De kinderen nemen deel aan een door UNICEF gesteund programma inzake hygiëne en voeding en leren over gezonde voeding, onder meer door het aanleggen van schooltuinen. UNICEF zal er vanaf het begin van zijn activiteiten altijd naar streven de school interessant en relevant te maken voor kinderen en de lessen te verankeren in hun dagelijkse realiteit. © UNICEF

In de jaren zeventig erkende UNICEF de noodzaak om gezondheids- en voedingseducatie op te nemen in de leerprogramma's van scholen en om jonge ouders een opleiding te geven in het opvoeden van kinderen.

Tijdens de "revolutie van het overleven van kinderen in de jaren tachtig" zou alfabetisering van volwassenen, en met name van vrouwen, nog essentiëler worden voor het bereiken van onze doelstellingen. Er was onderwijs nodig om vrouwen te leren de basissymptomen van bepaalde ziekten en ondervoeding bij hun kinderen te herkennen, maar ook om instructies over de gezondheid en veiligheid van zuigelingen op te volgen. In alle uithoeken van de wereld zullen UNICEF en UNESCO dus hun inspanningen opvoeren om het basisonderwijs voor iedereen en de geletterdheid van de ouders te vergroten. 

In het begin van de jaren tachtig kondigde Uitvoerend Directeur James Grant aan dat het tijd was voor een "revolutie in het overleven van kinderen". Een sleutelmoment in de geschiedenis van UNICEF en de hedendaagse gezondheidszorg van kinderen. In de derde editie van The State of the World's Children, een belangrijk jaarverslag van UNICEF dat in 1982 werd gepubliceerd, verklaarde Grant dat de zuigelingen- en kindersterfte drastisch kon worden teruggedrongen door vier eenvoudige en doeltreffende maatregelen die gezamenlijk bekend staan als GOBI: Groeiopvolging, Orale rehydratatietherapie, Borstvoeding en Immunisatie. Deze aanpak, zo betoogde hij, zou de menselijke ontwikkeling sneller vooruithelpen dan welke technologische of politieke en economische verandering ook.

©UNICEF/UNI98144

De geschiedenis heeft Grant gelijk gegeven. Tegen 1990 zouden de vier pijlers van het platform voor overleving van kinderen, die elk de andere versterken, de dood van naar schatting 12 miljoen kinderen onder de vijf jaar voorkomen.