Bijgewerkt op 15 juli 2026
Afghanistan bevindt zich in een snel escalerende en complexe crisis. Door spanningen aan de grens met Pakistan zijn veel mensen hun huis ontvlucht en binnen het land ontheemd geraakt. Tegelijkertijd keren Afghanen die eerder in Pakistan verbleven, noodgedwongen terug naar hun land. Daarbovenop groeit de druk verder door het risico op een grootschalige terugkeer vanuit Iran, waarbij mogelijk tot wel 2 miljoen mensen naar Afghanistan zouden terugkeren. Deze ontwikkelingen komen boven op een van de zwaarste humanitaire crises ter wereld. In 2026 zullen naar verwachting 21,9 miljoen mensen in Afghanistan humanitaire hulp nodig hebben - onder wie 11,6 miljoen kinderen.
Het conflict met Pakistan heeft al burgerslachtoffers veroorzaakt en tot grootschalige ontheemding geleid. Tussen eind februari en 16 maart werden 289 burgers gedood of gewond, waaronder vrouwen en kinderen. Naar schatting zijn ongeveer 115.000 mensen recent op de vlucht geslagen.
De rechten en vrijheden van vrouwen en meisjes blijven ernstig beperkt en de humanitaire ruimte krimpt door de toenemende obstakels. Daarom herhalen we de urgentie om actie te blijven ondernemen. We moeten onze operaties voort kunnen zetten om in de basisbehoeften van de bevolking te voorzien.
Afghanistan ervaart ook een verergering van de klimaatcrisis, aangezien natuurrampen vaker voorkomen en heviger worden. Het land behoort nochtans tot de minst verantwoordelijke voor de wereldwijde CO₂-uitstoot. Hevige regenval en overstromingen in verschillende provincies verergeren momenteel de humanitaire noden, met tientallen gemelde slachtoffers en schade aan woningen en infrastructuur.
De voedselonzekerheid blijft toenemen
Volgens een nieuwe analyse van UNICEF lopen momenteel 3,7 miljoen kinderen jonger dan vijf jaar een verhoogd risico op ondervoeding. De situatie verslechtert in 26 van de 34 provincies van het land, nog vóór de seizoensgebonden piek van acute ondervoeding die gewoonlijk tussen juli en september wordt waargenomen. Kinderen jonger dan twee jaar worden het zwaarst getroffen: zij vertegenwoordigen 83% van de gevallen van ernstige acute ondervoeding en 77% van de gevallen van matige acute ondervoeding.
UNICEF waarschuwt ook voor vroege signalen van voedseltekorten bij veel gezinnen: minder gevarieerde voeding, het overslaan van maaltijden of onvoldoende porties voor kinderen. Kinderen die leven in huishoudens die het zwaarst getroffen zijn door voedselonzekerheid lopen tot zes keer meer risico op vermagering (wasting), een acute vorm van ondervoeding die levensbedreigend kan zijn en snelle behandeling vereist.
Gezien het toenemende risico op ondervoeding breidt UNICEF ook zijn programma’s voor voedingspreventie verder uit, met bijzondere aandacht voor kinderen van 6 tot 23 maanden en zwangere vrouwen. Daarnaast versterkt de organisatie de screening en de vroegtijdige opsporing en behandeling van ondervoeding.