« Ik dacht dat ik een pijnlijke dood ging sterven, helemaal alleen. Iedereen, zelfs mijn moeder, keerde zich van me af. De schooldirecteur liet me weten dat ik niet meer welkom was op school, omdat ik iedereen zou besmetten. Dat is het moment waarop ik ben ingestort en alle hoop verloor. Ik ging nochtans heel graag naar school en had heel veel dromen.’
Mijn grootmoeder was de enige die me nog wou zien en omhelzen. Niemand anders wou me aanraken. Zij hield onvoorwaardelijk van me en ze heeft me bij haar thuis opgevangen.
In mijn dorp, dat op twee uur van Windhoek ligt, de hoofdstad van Namibië, waren antiretrovirale behandelingen die het virus afremmen, moeilijk te vinden en erg duur. Er was geen hulp noch begrip voor tieners zoals ik.