Secure payment
Bijgewerkt op 28 april 2026
Twintig jaar geleden schokte Darfoer de wereld. Een hele generatie kinderen werd toen al slachtoffer of overlevende van verschrikkelijke gruweldaden. Vandaag, nu de oorlog in Soedan zijn vierde jaar ingaat, herhaalt de geschiedenis zich. Kinderen worden gedood, dorpen worden in brand gestoken en er is massale ontheemding.
Het nieuwe rapport, “Darfur: 20 years On, Children Under Threat”, schetst een alarmerend beeld van de huidige situatie in Soedan. Het conflict leidt opnieuw tot geweld, acute hongersnood, de vernietiging van infrastructuur en ernstige schendingen tegen kinderen. Miljoenen kinderen zijn otnheemd, zowel binnen Darfoer als over de grens met Tsjaad, waar de opvangcentra al onder druk stonden.
De situatie vandaag is zelfs ernstiger dan in 2005. Door gebrek aan financiering, beperkte toegang tot humanitaire hulp en toenemende gevaren kunnen hulporganisaties veel kinderen niet bereiken.
Ondanks buitengewone uitdagingen blijven we samen met onze partners kinderen behandelen voor ernstige acute ondervoeding. We leveren water, ondersteunen mobiele gezondheidsteams en vaccinatiediensten, en bieden psychosociale hulp aan kinderen in kindvriendelijke ruimtes.
“Kinderen in Darfoer hebben bescherming en humanitaire toegang nodig. De partijen in dit conflict moeten deze wrede oorlog onmiddellijk stoppen”, verklaart Catherine Russell, algemeen directeur van UNICEF.
Al drie jaar worden kinderen in Soedan gedood, verwond en herhaaldelijk uit hun huizen verdreven. Tegelijk is het conflict niet alleen blijven aanhouden, maar ook verergerd. Nieuwe vormen van oorlogsvoering, zoals drone-aanvallen, treffen kinderen genadeloos. In 2026 alleen al is 78% van de gemelde kinderslachtoffers het gevolg van dergelijke aanvallen.
Tussen januari en maart 2026 kwamen minstens 160 kinderen om het leven en raakten 85 anderen verminkt. Dat is een forse stijging van 50% ten opzichte van dezelfde periode in 2025. Vooral in Darfoer en de deelstaten Kordofan worden gemeenschappen zwaar getroffen.
Soedan maakt momenteel één van de grootste humanitaire crises ter wereld door: 33,7 miljoen mensen, waaronder 17,3 miljoen kinderen, hebben dringend nood aan humanitaire hulp. Het land kent momenteel de grootste interne ontheemding ter wereld met 9,5 miljoen mensen die ontheemd zijn geraakt, waarvan drie op de vijf kinderen.
Voedselcrisis verergert
De combinatie van geweld, ontheemding en beperkte toegang tot humanitaire hulp stelt kinderen bloot aan honger, acute ondervoeding en ziektes. In verschillende gebieden is er inmiddels sprake van hongersnood, en in belegerde regio's zoals Um Baru en Kernoi bereiken de cijfers van acute ondervoeding extreme niveaus. In 2026 zullen naar verwachting 4,2 miljoen mensen lijden aan acute ondervoeding, waarvan meer dan 825.000 ernstig zijn en levensbedreigend zonder dringende behandeling.
Een voedingsonderzoek van UNICEF toont nu aan dat meer dan de helft van de kinderen onder de 5 jaar lijdt aan acute ondervoeding, waarvan een zesde aan een ernstige vorm, die zonder behandeling dodelijk kan zijn. Deze percentages liggen ver boven de noodsituatiedrempel van 15% die door de WHO werd vastgesteld, en behoren daarmee tot de hoogste cijfers ooit geregistreerd. De hongersnood bereikt kritieke niveaus: 21 miljoen mensen verkeren in acute voedselonzekerheid en 825.000 kinderen zullen dit jaar naar verwachting aan ernstige ondervoeding lijden. In Al-Fashir en Kordofan blijft de situatie verslechteren.
Het aanhoudend conflict, dat inmiddels zijn vierde jaar ingaat, heeft ook een verwoestende impact op essentiële voorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs. Meer dan een derde van de scholen in Soedan is gesloten, en 11% van de gebouwen wordt gebruikt als opvang of gebruikt door partijen, wat betekent dat bijna de helft van alle schoolgebouwen niet langer als klaslokaal wordt gebruikt. Minstens 8 miljoen kinderen in Soedan gaat nog steeds niet naar school.
Daarnaast komen er steeds meer meldingen van moorden, ontvoeringen, gendergerelateerd geweld, verminkingen en gescheiden gezinnen, terwijl humanitaire hulpverleners worden vastgehouden of vermoord. Sinds eind oktober 2025 zijn meer dan 107.000 mensen uit Al-Fashir gevlucht en velen zitten nog steeds vast in catastrofale omstandigheden zonder voldoende toegang tot water, voedsel of gezondheidszorg.
De meeste mensen die ontheemd zijn geraakt hebben zich gevestigd in Tawila, waar de overvolle kampen een schrijnend tekort aan voorzieningen hebben. Het gaat om zo'n 500.000 mensen die daar schuilen. Kinderen daar worden blootgesteld aan uitbraken van mazelen, cholera en dengue. Er is een tekort aan medische zorg, onderdak en drinkbaar water.
Tegelijk zijn de hulpdiensten overbelast, neemt het risico op epidemieën toe en heerst er in gebieden als Al-Fashir en Kadugli hongersnood. In sommige plaatsen, zoals Um Baru, is 57% van de bevolking acuut ondervoed.
Hongersnood vastgesteld
Volgens het Famine Review Committee (FRC) is in zowel Al-Fashir (Noord-Darfoer) als Kadugli (Zuid-Kordofan) sprake van hongersnood (IPC-fase 5). Beide steden zijn vrijwel volledig afgesloten van humanitaire hulp. Waar de gebieden in 2024 nog op fase 4 stonden, is de situatie nu zo ernstig dat:
- gezinnen onvoldoende voedsel hebben;
- steeds meer kinderen acuut ondervoed raken;
- het aantal sterfgevallen blijft toenemen.
Markten zijn ingestort en de prijzen van basisproducten zijn tot ongekende hoogten gestegen. In Al-Fashir lijdt tussen de 38 en 75% van de bevolking aan ernstige ondervoeding, en in Kadugli 29%. De IPC-analyse die eind oktober 2025 werd vrijgegeven, concludeerde dat Al-Fashir zich in een hongersnoodsituatie bevindt en gaf aan dat omliggende dorpen zoals Tawila, Melit en At Tawisha nu ook risico lopen op hongersnood.
UNICEF schaalt zijn hulpverlening op in Darfoer en Kordofan: essentiële gezondheidszorg, vaccinaties, cholera-preventie, toegang tot drinkwater voor tienduizenden mensen, behandelingen tegen ondervoeding, psychosociale ondersteuning, kinderbescherming en heropeningen van scholen voor duizenden leerlingen.
Ondanks de extreme risico’s blijven UNICEF en zijn partners ter plaatse om kinderen en hun families te helpen. Alle partijen in het conflict moeten onmiddellijk een einde maken aan deze schendingen tegen kinderen en zich houden aan het internationaal recht. Er is dringend nood aan veilige, snelle en ongehinderde humanitaire toegang in het hele land.
Deze cijfers hebben betrekking op de eerste twee weken van januari 2026.
- Bijna 141.000 kinderen zijn ingeënt tegen mazelen en rubella;
- Er zijn meer dan 9.000 medische consultaties uitgevoerd;
- Meer dan 65.000 mensen hebben toegang gekregen tot drinkbaar water en sanitaire voorzieningen, waardoor er in januari 2026 geen gevallen van cholera zijn geweest;
- Meer dan 5.600 leerlingen zijn naar nieuwe leercentra gegaan;
- 13.000 mensen hebben dagelijks maaltijden gekregen.