Het kinderrechtenverdrag:
4 leidende principes en
54 artikelen

Het Kinderrechtenverdrag is de eerste internationale tekst die kinderen expliciet als rechthebbenden erkent. Het verdrag bestaat uit 54 artikelen en 4 leidende principes.

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), beter bekend als het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, is een internationaal verdrag dat in 1989 werd aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Het verdrag werd de eerste internationale tekst waarin de rechten van het kind werden erkend en het werd ook het meest aangenomen mensenrechtenverdrag in de geschiedenis: 196 staten in totaal, alleen de Verenigde Staten ontbraken op de lijst.

 

Vier leidende principes:

  • Non-discriminatie (artikel 2)
  • Het belang van het kind (artikel 3)
  • Het recht om te leven, te overleven en zich te ontwikkelen (artikel 6)
  • Respect voor de mening van het kind (artikel 12)
     

Kinderrechten, onderverdeeld in vier categorieën:

  • Het recht om te overleven
  • Het recht op ontwikkeling
  • Het recht op bescherming
  • Het recht op participatie

 

Deze laatste categorie is  vernieuwend voor die tijd wanneer het verdrag werd geratificeerd (20 november 1989). Het geeft kinderen immers het recht zich te uiten, hun mening te geven en hun visie te geven op alle zaken die hen rechtstreeks aangaan en aanbelangen.

Opgemerkt moet worden dat er drie optionele protocollen aan de hoofdtekst zijn toegevoegd: het eerste betreft de bescherming van kinderen tegen rekrutering in gewapende conflicten, het tweede heeft betrekking op kinderhandel (dwangarbeid, illegale adoptie, orgaandonatie, prostitutie, pornografie, etc.) en het derde definieert de procedure waarmee elk kind een klacht over een schending van zijn of haar rechten kan indienen bij het VN-Comité voor de Rechten van het Kind, wanneer alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput.

 

54 artikelen

Artikel 1

De rechten zijn van toepassing op iedereen onder de 18 jaar.

Artikel 2 

Alle kinderen hebben al deze rechten, om het even wie ze zijn, waar ze vandaan komen, wat hun ouders doen, welke taal ze spreken, wat hun religie of cultuur is, of ze nu een jongen of een meisje zijn, of ze een handicap hebben, rijk of arm zijn. Geen enkel kind mag oneerlijk worden behandeld op om het even welke basis.

Artikel 3 

Alle volwassenen moeten ten allen tijde doen wat het beste is voor kinderen. Als volwassenen beslissingen nemen, moeten ze nadenken welke invloed deze beslissing op kinderen zal hebben.

Artikel 4

Regeringen moeten alle beschikbare middelen inzetten om alle rechten in het verdrag uit te voeren.

Artikel 5 

Regeringen moeten de rechten en verantwoordelijkheden van families respecteren om hun kinderen te begeleiden zodat ze, als ze opgroeien, hun rechten goed leren te gebruiken.

Artikel 6

Ieder kind heeft recht op leven, om te overleven en zich te ontwikkelen.

Artikel 7

Kinderen hebben recht op een naam, en deze moet officieel worden erkend door de overheid. Ze hebben het recht op een nationaliteit (om toe te behoren tot een land).

Artikel 8

Kinderen hebben recht op een identiteit – een officiële registratie van wie ze zijn. Niemand mag hen deze identiteit ontnemen.

Artikel 9 

Kinderen mogen niet gescheiden worden van hun ouders tenzij het voor hun eigen bestwil is. Kinderen waarvan de ouders zijn gescheiden moeten in contact blijven met beide ouders, tenzij dit het kind schade zou berokkenen.

Artikel 10

Als een kind in een ander land woont dan zijn ouders, heeft het kind het recht samen te zijn met hen op dezelfde plaats.

Artikel 11

Regeringen moeten ervoor zorgen dat kinderen niet illegaal uit hun land worden gehaald.

Artikel 12

Kinderen hebben het recht hun mening te geven, dat volwassenen naar hen luisteren en dat ze ernstig worden genomen.

Artikel 13

Kinderen hebben het recht op informatie en om hun mening te delen met anderen, op de manier die ze verkiezen, door te praten, tekenen of schrijven of op om het even welke andere manier, tenzij dit andere mensen schade toebrengt.

Artikel 14

Kinderen hebben het recht hun eigen religie en overtuigingen te kiezen. Hun ouders moeten hen een leidraad geven over wat goed is en verkeerd, en wat het beste is voor hen.

Artikel 15

Kinderen hebben het recht hun eigen vrienden te kiezen, zich aan te sluiten bij een groep of er zelf een op te richten, zo lang dit niemand anders schaadt.

Artikel 16 

Kinderen hebben recht op privacy.

Artikel 17

Kinderen hebben het recht om informatie te krijgen die belangrijk is voor hun welzijn, via de radio, krant, boeken, computers en andere bronnen. Volwassenen moeten ervoor zorgen dat de informatie die ze krijgen niet schadelijk is, en hen helpen de informatie de ze nodig hebben te vinden en begrijpen.

Artikel 18

Kinderen hebben het recht opgevoed te worden door hun ouder(s) indien mogelijk. Regeringen moeten ouders helpen door diensten te voorzien om hen te ondersteunen, vooral indien beide ouders werken.

Artikel 19

Regeringen moeten ervoor zorgen dat er goed voor kinderen wordt gezorgd en hen beschermen tegen geweld, misbruik en verwaarlozing door diegene die voor hen zorgt.

Artikel 20

Kinderen hebben het recht op bijzondere zorg en hulp als ze niet bij hun ouders kunnen wonen.

Artikel 21

Als kinderen geadopteerd zijn, is de eerste bekommernis wat het beste is voor hen.

Artikel 22

Kinderen hebben het recht op speciale bescherming en hulp als ze op de vlucht zijn, naast alle andere rechten uit dit verdrag.

Artikel 23

Kinderen met een handicap moeten goede zorg en onderwijs krijgen, naast alle andere kinderrechten, zodat ze zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Kinderen met een handicap moeten zo zelfstandig mogelijk kunnen leven en kunnen meedoen in de wereld.

Artikel 24

Kinderen hebben het recht op de best mogelijke gezondheidszorg, veilig water om te drinken, voedzame maaltijden, een nette en veilige omgeving, en informatie om hen te helpen gezond te blijven.

Artikel 25

Kinderen in de pleegzorg of in andere situaties weg van huis, hebben er recht op dat hun leefsituaties regelmatig worden bekeken om te zien of ze het meest geschikt zijn.

Artikel 26

Regeringen moeten extra budget voorzien voor kinderen uit arme families.

Artikel 27

Kinderen hebben recht op voedsel, kledij en een veilige plaats om te wonen en dat aan hun fysieke en mentale basisbehoeften wordt voldaan. Regeringen moeten families en kinderen helpen die zich dit niet kunnen veroorloven.

Artikel 28

Kinderen hebben recht op onderwijs. Discipline op school moet de waardigheid van kinderen respecteren. Basisonderwijs voor kinderen moet gratis zijn. Kinderen moeten aangemoedigd worden naar school te gaan tot de hoogst mogelijke graad.

Artikel 29

Het onderwijs van kinderen moet hen helpen hun talenten en vaardigheden te gebruiken en ontwikkelen. Het moet hen ook helpen om de rechten van anderen te respecteren, in vrede te leven en het milieu te beschermen.

Artikel 30

Kinderen hebben het recht op hun eigen cultuur, taal en godsdienst — zelfs als deze niet worden gedeeld door de meerderheid van de mensen in het land waar ze leven.

Artikel 31

Kinderen hebben het recht te spelen, te rusten en zich te ontspannen en deel te nemen aan culturele en artistieke activiteiten.

Artikel 32

Kinderen hebben het recht op bescherming tegen werk dat hen schaadt, en schadelijk is voor hun gezondheid en onderwijs. Als ze werken, hebben ze het recht in veiligheid te zijn en eerlijk te worden betaald.

Artikel 33

Kinderen moeten beschermd worden tegen drugs en tegen drugshandel.

Artikel 34

Kinderen moeten beschermd worden tegen seksueel misbruik en seksuele uitbuiting.

Artikel 35

Volwassenen moeten ervoor zorgen dat kinderen niet gekidnapt, verkocht of verhandeld worden.

Artikel 36

Kinderen hebben het recht op bescherming tegen om het even welke vorm van uitbuiting.

Artikel 37

Kinderen die de wet breken mogen niet gedood, gefolterd, wreed behandeld worden, voor altijd gevangen worden gezet, of in de gevangens worden geplaatst bij volwassenen. De gevangenis moet de laatste keuze zijn en dit voor de kortst mogelijke tijd. Kinderen in de gevangenis moeten juridische hulp krijgen en contact kunnen houden met hun familie.

Artikel 38

Kinderen hebben het recht op bescherming tegen oorlog. Kinderen mogen niet gedwongen worden in het leger te gaan of deel te nemen aan de oorlog.

Artikel 39

Kinderen hebben het recht op hulp als ze zijn gekwetst, verwaarloosd zijn of slecht behandeld zodat ze hun gezondheid en waardigheid kunnen terugvinden.

Artikel 40

Kinderen hebben het recht op juridische hulp en een eerlijke behandeling in een rechtssysteem dat hun rechten respecteert.

Artikel 41

Als de wetten van een land een betere bescherming bieden van de kinderrechten dan de artikels in dit verdrag dan gelden deze wetten.

Artikel 42

Kinderen hebben het recht hun rechten te kennen. Volwassenen moeten deze rechten kennen en kinderen helpen ze aan te leren.

Artikel 43 tot en met artikel 54

Regeringen en internationale organisaties zoals UNICEF werken om ervoor te zorgen dat de rechten van alle kinderen worden gerespecteerd.

Cover_convention

Download de volledige tekst van het kinderrechtenverdrag

Download
Soanafiny Fille de Jesus Clarta (second from the left), 14, studies in the secondary school of Berano (Anosy region). Thanks to the catch-up class (Let Us Learn), a UNICEF supported program she is now studying in third grade after stopping the school for a year
Lees ook

Waarom een apart verdrag nodig is voor kinderen

Lees meer
Nieuwsbrief UNICEF België

Blijf je graag op de hoogte?